terug naar het overzicht
'DE DIGITALE SLUIZ'

Over Kleuters en de KNSF


aflevering 129 van 29 september 2005

Guus spreekt de gemeenteraad toe

Geachte leden van de gemeenteraad van Muiden, als iemand vandaag zou beweren dat de Tweede Wereldoorlog op 12 oktober 1939 is begonnen en dat de plaats waar zich dat afspeelde tot op heden niet achterhaald is, zou u ongetwijfeld ongelovig uw hoofd schudden over zoveel historisch onbenul. Uw verbazing zou mijns inziens echter over gaan in verbijstering en woede als deze beweringen in een officieel rapport zouden worden gepubliceerd door een doctorandus.

U kunt zich dan ook waarschijnlijk wel mijn reactie voorstellen toen ik het rapport las dat ene drs. T. Kleuters (“what's in a name!”) van het onderzoeksbureau AVG Geoconsult Heijen BV samenstelde op verzoek van KNSF Vastgoed BV omtrent de aanwezigheid van explosieven op het KNSF-terrein te Muiden. Op de eerste pagina's geeft deze heer al meteen blijk van zijn gebrek aan kennis van Muiden, door te spreken over “het onderzoeksgebied dat ligt ten westen van de dorpskern.”

In de “historische schets” heeft de Kleuters het over “oorlogen die in het vier-eeuwen-oude bestaan van de Kruitfabriek in Nederland zijn bevochten.” Wellicht bedoelt hij het bestaan van de kruit-industrie, die in de 17e eeuw op vele plaatsen bestond. “Het dorp Muiden viel immers onder de protectie van Amsterdam” volgens de onderzoeker. Dat Muiden andersom vaak Amsterdam moest behoeden voor een invasie blijft onvermeld. De Kruitfabriek in Muiden wordt in het stuk herhaal-delijk omschreven als “de munitiefabriek in Muiden.” Volgens de schrijver kreeg deze tijdens de bezettingsdagen meer aandacht in de verdedigingsplannen dan andere plaatsen. “Muiden werd binnen het oostelijk deel van de Vesting Holland ingedeeld.” Hij bedoelt vermoedelijk tijdens de mobilisatie en de mei-oorlog van 1940, want even verder op heeft hij het over “het uit handen van de Duitsers houden van de residentie.”

Dan schrijft hij op pagina 4: “Bekend is dat zij de fabriek gebruikten voor hun eigen oorlogsindustrie. Welke producten in de periode 1940-1945 zijn gefabriceerd, is vandaag de dag echter nog onbekend.” Op pagina 11 echter meldt hij zelf weer: “maar er zijn geen gegevens bekend over de activiteiten die de Duitse bezetters in de periode tot mei 1945 op het terrein hebben ontplooid.” Dat er in de oorlogs-jaren in het geheel niet voor de Duitsers geproduceerd is en dat er op de fabriek surrogaatproducten zoals zeep, kaneel en thee gemaakt werden, is hem blijkbaar ook volkomen onbekend.

Hij citeert vervolgens een dagboek waarin gesproken wordt over “bommen” die in Muiden zouden zijn gedemonteerd. Dit wordt in geen enkel ander document bevestigd, omdat het vermoedelijk gewoon een begripsverwarring is. Er worden granaten bedoeld, maar sommige exemplaren zijn zo groot als bommen. Dan begaat de heer Kleuters vervolgens zijn onvergeeflijke fout door te spreken over een “ongeluk” op 27 februari 1947. Ten eerste was het bepaald geen ongeluk maar een ramp. Er vielen 17 doden en drie zwaar gewonden en de schade in Muiden was enorm. Ten tweede vraag ik mij af hoe er op de algemene begraafplaats in Muiden een gedenksteen kan staan waarop staat dat “W. Wolvetang en M. Pauw zijn omgekomen bij de ramp van 17 januari 1947.” Twee rampen binnen vijf weken? Ook wordt er hier weer gesproken over het lossen van “de bommen”. Gelukkig staat er ook nog dat er 196 granaten van 70 kilogram per stuk werden gelost. Dat is dus 13.720 kilo aan explosie-ven die de lucht in gingen. Plus de rest: Een stapel klein kaliber munitie en een nabijgelegen kruitma-gazijn (met 500 kilo kruit). Erger is echter dat de schrijver doodleuk beweert dat “de plaats waar de explosieven in 1947 en 1948 zijn gesprongen tot op heden nog niet achterhaald is.” Het is de hoogste tijd voor een herdenkingsmonument op de plaats van de ramp van 1947, bijna 60 jaar na dato.

Volgens de heer Kleuters vond er een jaar later een zelfde situatie plaats. “Twee mensen werden gedood door de explosie en de ineenstorting van de kruitmolen.” Het lijkt alsof het om één en dezelfde ontploffing gaat, maar in werkelijkheid was er een ontploffing van een granaat in 1948, waarbij één onbekende dode viel en de ontploffing van een kruitmolen op 10 mei 1949, waarbij Jacob Kersten uit Muiden stierf aan zijn verwondingen. Ook zijn grafsteen met een uitgebreide tekst is nog te zien op de Muider begraafplaats.
Bij zijn opsomming van de explosies vergeet hij de Eendenkooi (12 juni 1963 ) maar voegt wel het jaartal 1982 toe aan de rij. Graag zou ik meer willen weten over de gebeurtenissen in dit jaar, want tot nu toe was een explosie in dit jaar totaal onbekend. De heer Kleuters beweert dat de oorzaken van de ongelukken onbekend waren, maar na de explosie van 30 mei 1983, waarbij 3 Surinaamse werkne-mers gedood werden, bleek uit onderzoek dat de mannen het slachtoffer geworden zijn van een combinatie van stofkruit en statische elektriciteit.

In het "historisch overzicht" staat dat in 1940 – 1945 het terrein van de Kruitfabriek werd bezet door Duitse troepen. In werkelijkheid is er slechts een kleine bewakingseenheid van de zogenaamde "Groenen", een soort Marechaussee van oude kerels, aanwezig geweest op de fabriek. Zij gaven zich op 5 mei 1945 over aan de Canadezen. Verder staat in dit zelfde overzicht op pagina 7 dat in 1963 25 ton zwart buskruit en trotyl ontplofte. In een kranten artikel uit 1963 wordt inderdaad gesproken van trotyl, maar volgens oud-werknemer en hoofd technische dienst Jan Kersten, lag er een grote hoeveelheid dynamiet opgeslagen. Bij de ontploffing van 2 juni 1966 ontplofte volgens Kleuters 6 ton rookloos buskruit en 2000 kilogram trotyl. In alle krantenberichten uit die tijd wordt echter alleen maar gesproken over de trotylexplosie.


De ontploffing van 8 december 1972 vond volgens Kleuters plaats op de afdeling waar schietkatoen werd gemaakt. “Tijdens het vervaardigen van verschillende vaten deed zich een explosie voor waarvan de oorzaak nooit is achterhaald.” Logisch, want er werden op de Kruitfabriek helemaal geen vaten gemaakt. In werkelijkheid was er een explosie in de droogkamer (gebouw 7) waarbij 2 Marok-kanen werden gedood en één zwaar gewond toen er een luchtdroogbak onjuist werd aangesloten en statische electriciteit ontstond.

Er zou in 1984 ook weer een explosie hebben plaatsgevonden, maar in werkelijkheid is er op 21 februari 1984 een brand geweest in gebouw 8. Er viel één zwaargewonde.

De Kruitfabriek is “hoogstwaarschijnlijk niet door bombardementen getroffen” volgens de RAF. Sterker nog: Het is zelfs nooit geprobeerd. Dat hadden oude Muidenaren hem ook kunnen vertellen.

De conclusie van de heer Kleuters is dat “het gehele onderzoeksgebied als risicogebied moet worden beschouwd en dat het gereed gemaakt moet worden voor een algeheel detectieonderzoek.” Dat betekent dus in gewoon Hollands “kappen maar, want het is er zo gevaarlijk dat het niet anders kan.”

Mijn conclusie is dat “het gehele onderzoek van de heer drs. T Kleuters moet worden beschouwd als een waardeloos prutswerk en dat het gereed moet worden gemaakt voor de papierversnipperaar.” Het wemelt van de fouten, slordigheden en totaal verkeerde veronderstellingen. Het is duidelijk geschre-ven naar de wens van de opdrachtgever toe en bevat feitelijke onjuistheden, die met zichzelf en de te controleren bronnen in tegenspraak zijn. Een bezoekje aan de Algemene begraafplaats in Muiden of een telefoontje naar het Historisch Archief Muiden had zowel de heer Kleuters als de KNSF veel moeite en tijd kunnen besparen.

Ik hoop dat ik hiermee voldoende heb aangetoond dat op basis van dit rapport geen kapvergunning voor het Kruitbos moet worden afgegeven. Dank u voor uw aandacht. Guus Kroon.


terug naar het overzicht

U kunt uw bijdrage zenden of opmerkingen kwijt door op de onderstaande envelop te klikken
U belandt dan op ons reactie formulier: